Camping life

Stel je mag kiezen hoe je dood gaat. Je mag natuurlijk helemaal niet kiezen, maar stel hè. Dan denk ik dat 90% kiest voor overlijden tijdens het slapen. Maar ik heb een nieuwe variant gevonden, die ook zo gek nog niet is hoor. Want kamperen met kinderen onder de vier jaar is naar mijn idee toch wel het nieuwe sterven, het nieuwe langzame sterven. Maar in a good way hè. Want je voelt je, naarmate je weer een nachtje langer kampeert steeds zwakker worden, maar er zitten zeker óók leuke momenten tussen. 

Want, je hebt je kinderen nog nooit zo gelukkig gezien. Voor hen is een camping echt walhalla. Voor kinderen onder de vier he. Ga nou niet ineens een tiener die nog nooit gekampeerd heeft op een camping zetten, want dan weet ik niet of deze theorie opgaat. Maar kleine kinderen, die nog geen idee hebben van kriebel beestjes of te zachte luchtbedden, vinden kamperen echt fantastisch. Je kunt namelijk de hele dag spelen met andere kinderen, buiten, in zand of gras, of dat zand en gras de hele dag in je mond stoppen….

We hebben in totaal bijna 3 weken gekampeerd. Waarvan we 2 weken mooi weer hebben gehad. (te heet, ik ging kapot. Maar ik kwam steeds mensen buiten de kamping tegen die dan vroegen hoe het met de verbouwing ging en die zeiden steevast: Ow, maar het is wel lekker weer nu om te kamperen. Ik dacht dan: En hoelang is het geleden dat jijzelf langere tijd hebt gekampeerd? Maar dat dacht ik natuurlijk alleen maar, wijs als ik ben) Toch heb ik een aantal keren echt wel gejankt. Want op de dagen dat Sander gewoon aan het werk was, vond ik het takken zwaar. Alles op een camping kost namelijk energie. En dat terwijl we op een plek stonden zonder stroom 🙂 Wat me erdoorheen heeft gesleept? Vrienden en familie! Want er werden wasmachines aangeboden, maaltijden, huizen, koffie, koude melk, oppas, kortom zóveel liefde. Daar ging ik natuurlijk ook weer van janken, hallo hormonen. En op de momenten waarop ik het echt niet zag zitten, dan dwaalde mijn gedachte af naar mensen uit Syrie. Aan beelden van mensen die op de vlucht zijn, die in kleine tentjes moeten slapen, in de vrieskou, met kun kindjes, niet wetende waarnaartoe, in angst, door menigeen gezien als vijand, terwijl deze mensen alleen maar hopen op een beter leven en echt niet voor de lol hun eigen land hebben verlaten…

En dan zag ik ons zitten. In onze ruime tent, waterdicht, buiten gemiddeld een graad of 20, met allemaal lieve mensen in onze buurt, in afwachting van ons huis wat alleen nog maar mooier wordt… Wat is het toch fucking oneerlijk verdeeld. Dus come on Griet, even alles in het juiste perspectief plaatsen.

Geef een reactie