Wat een verhaal

“Collega’s, luister even. Deze mevrouw is net bevallen na een zwangerschap van 20 WEKEN”, zegt de meest fantastische verpleegkundige die ik ken, tegen het OK personeel als ze mij de operatiekamer binnen rijdt. “Hebben jullie gehoord wat ik zei?”, roept ze nog een keer door de operatiekamer naar de mensen die door blijven gaan met waar ze mee bezig waren.
“Jaja, we horen het, zegt een operatie assistent die vervolgens op me af komt lopen. Ze begint iets aan mijn bed te monteren en zegt dan tegen mij, terwijl ze door blijft gaan met wat ze doet: “En, hoe is het met je kindje?”
“Na een zwangerschap van 20 weken, bijt “mijn” verpleegkundige haar toe. “Ow..gecondoleerd”, zegt de operatie assistent zonder oogcontact met mij te maken. Ik moet lachen: “Gebeurt dit nu echt?”. Ik weet gelijk dat het komt, doordat de OK assistent gewoon druk bezig is zich voor te bereiden op een operatie en dat het als mens nooit haar bedoeling is geweest om zo te reageren, dus ik glimlach. Want bevallen van een dood kindje brengt gewoon bizarre situaties met zich mee. Zoals, net na je bevalling bijvoorbeeld mensen van het mortuarium aan je bed, òf binnen 24 uur bevallen en je kindje begraven, òf mensen om je heen ,die niet alles wat er door hun hoofd heen gaat, aan je durven vragen èn dan heb ik het nog niet eens gehad over de crazy gedachtes in mijn eigen hoofd.

Ik schrijf dit, omdat ik dit allemaal nooit meer wil vergeten. Omdat ik maar een paar dingen samen met Roux heb meegemaakt en ik die verhalen voor altijd bij me wil houden. En waar blijft iets nou beter voor altijd rondcirkelen dan op het net?
Ik schrijf dit niet voor zwangere vrouwen die hypochonder zijn aangelegd en van slag raken door dit verhaal. Ik schrijf dit eerder voor mensen die hetzelfde hebben meegemaakt en het fijn vinden om ervaringen van anderen hierover te lezen, of voor mensen die gewoon willen weten hoe dat nou gaat: bevallen, van een al overleden kindje.

Want ik dacht altijd dat het het meest verschikkelijke was wat je kon overkomen. Weten dat je met een dood kindje in je buik zou lopen en de gedachte dat je van dit kindje ook nog moest gaan bevallen. Maar zo was het niet. Het waren juist de meest dierbare dagen. Vanaf het moment dat we tijdens de 20 weken echo te horen kregen dat het niet goed was, voelde mijn buik als de beste plek voor de baby. Ik wilde het daar voor altijd houden.

Ik lig op de onderzoeksbank in de kamer waar de 20 weken echo gemaakt gaat worden. Ik zei nog tegen de echoscopiste, dat ik echo’s steeds spannender vind worden, naarmate we meer kinderen hebben. De echoscopiste beaamd dat en zegt dat ze bij de 20 weken echo van haar derde kindje ongelooflijk zenuwachtig was. Vervolgens zet ze het echo apparaat op mijn buik en binnen een seconde zegt ze: “Het is niet goed”. Ik breng gelijk mijn handen voor mijn mond en zeg: “Née, nou moet ik nòg een keer. Nou moet ik nòg een keer”. De echoscopiste kijkt nog heel even verder en vraag dan zachtjes: “Maar wàt moet je dan nog een keer?” “Nou moet ik nog een keer die eerste drie maanden door,” antwoord ik. Want dat was mij gelijk duidelijk, zelfs zonder het besef van wat me aankomende tijd allemaal te wachten staat, ik wil drie lévende kinderen punt
De dagen tussen het horen van het nieuws over dat ons kindje niet meer leeft en de bevalling, zijn bizar en mooi tegelijk. Het voelt een beetje als de dagen tussen kerst en oud en nieuw. Je leeft in een cocon, de wereld lijkt even stil te staan en je wilt vooral dat deze dagen niet voorbij gaan.. We lichten naaste familie en vrienden in, we krijgen er een bak liefde voor terug. We huilen veel, maar soms zijn de tranen ook op. Sander timmert zelf een kistje. Ik zoek een liedje uit. Ik wil namelijk dat Roux straks ineens weer op kan duiken en dat kan met een liedje. Het wordt het liedje van Bryan Adams: A day like today. En later ook de nieuwe plaat van Coldplay, een plaat van Louis Armstrong en de nieuwe van Calum Scott. Zó, genoeg liedjes zodat Roux ineens via de radio kan opduiken, de rest van ons leven. Ik stort me op het volgende. Wat leggen we in het kistje? Het moet wel zacht zijn en naar mij ruiken, anders denkt hij dat ik er niet ben…. Ow fuck, deze gedachtes slaan nergens op.
Ik merk dat ik me teveel richt op het praktische en het praktische zorgt voor heftige gedachtes en díe zorgen er weer voor dat ik veel meer pijn voel. Ik zie beelden van het kindje wat straks in dit kistje ligt en zeg tegen Sander, dat we het kistje echt niet dicht gaan schroeven. Want dan kan het kindje er niet meer uit komen, als het onder de grond ligt. We moeten het dicht lijmen, duhhhh. Ok, dit gaat de verkeerde kant op. Ik moet dit veel meer in het zweverige trekken. Dan kan ik het vast beter aan. Ik neem contact op met mijn zweverige goeroe. Die ik overigens gewoon kan appen, zalig! Ze legt uit dat het zieltje al boven is en dat het omhulsel alleen nog in mijn buik zit. Of het nou waar is of niet interesseert me geen zak, het helpt ernorm en daar gaat het om.

Uiteindelijk wordt het toch gewoon oud en nieuw. De bevalling wordt opgewekt. Ik moet ’s ochtends om half zeven een pil inbrengen. Ik besluit dit al om 6 uur te doen. Er is mij afgelopen dagen namelijk herhaaldelijk vertelt dat het opwekken van een bevalling in deze situatie vaak langer duurt… Om tien voor zeven beginnen de weeen. We worden om 9 uur in het ziekenhuis verwacht, maar ik zeg tegen Sander dat we beter nu al kunnen gaan. Het stuk in de auto duurt lang. Ik snauw tegen Sander dat hij me moet afleiden, dat hij moet praten. Maar Sander heeft geen idee wat hij moet zeggen.. Ik kan alleen maar denken dat ik niet zo’n pijn wil voelen als tijdens mijn vorige bevalling. Toen ben ik namelijk binnen nog geen anderhalf uur echt uit elkaar getrokken en dat wil ik nooit meer meemaken.
We komen aan in het ziekenhuis, de weeen zijn heftig en iedereen verbaast zich daarover. Wij krijgen een verpleegkundige toegewezen voor deze dag. Saskia it is en Saskia is precies wat je nodig hebt op deze dag.
De weeen zijn al zó heftig, dat alles al snel gereed wordt gemaakt voor de ruggeprik. Een paar dagen geleden dacht ik nog, dat ik deze bevalling volledig op eigen kracht wilde doen. Omdat dat een van de weinige dingen was wat ik dan voor dit kindje kon doen.. Ik ben daar snel van terug komen. Ik wil dat dit mijn minst pijnlijke bevalling wordt. Dan is dit kindje daarin tenminste de beste!
De ruggeprik werkt snel en binnen zeer korte tijd geeft Saskia aan dat ik al mag persen. Ik verlies veel bloed en het kindje komt er bijna aan, zegt Saskia. De gyneacoloog komt erbij. Ik verlies nog meer bloed. De ogen van Saskia en de gynaceoloog worden groot bij elke golf. Matjes worden verwisseld en even denk ik dat het kindje al geboren is en ze het in een pan leggen. “Ligt het kindje nou in een PAN?”, vraag ik. “Nee, dat is alleen een matje. Het kindje ligt nog tussen je benen”, zegt Saskia. “Doe me dan maar een spiegel”. Ik zie het tafreel en het verbaasd me dat ik er niet misselijk van word… Ow wacht, toch wel. Ik verlies nog meer bloed, ik hoor mijn hartslag via een apparaat steeds langzamer en op een lagere toon piepen. Heel even schiet de gedachte door mijn hoofd: “Jongens, ik ga hier toch niet ook dood hè”. Sander blijft heel rustig en ik bedenk me nog dat Sander het wel redt met de kinderen, zo zonder mij. Ook bedenk ik me ineens dat als ik dood ga, ik daar waarschijnlijk niks van voel. Deze bizarre gedachtes maken me iets rustiger.
Het is ineens heel druk om mij heen. Er wordt geroepen dat er NU hulp moet komen en dat de OK gereed gemaakt moet worden. De ogen van Saskia en de gynaceoloog zijn nu nog groter. Dan komt er gelukkig een verpleegkudige naast me staan met hele mooie dik opgemaakte mascara ogen. Ze is denk ik van mijn leeftijd. Ik vraag haar welke mascara ze gebruikt. Ze snapt gelijk wat ik bedoel met deze vraag en vertelt dat het eigenlijk een belachelijk dure mascara is en dat je hem alleen moet kopen als hij in de aanbieding is. Ook legt ze uit hoe je hem aan moet brengen en hoe je hem er weer af moet halen. Ik zeg dat ik haar ogen niet snel vergeet. Ze lacht en ik wordt naar de OK gereden.

Op de OK wordt mijn placenta verwijderd, mijn kindje blijkt dus al te zijn geboren. Ik heb hier niets van meegekregen. Dit maakt me, tot mijn eigen verbazing, niet eens wat uit. Het is goed zo.
Ik word weer terug gereden naar mijn kamer. Ik krijg hier voor het eerst ons kindje te zien. Het ligt in een doorschijnend bakje met water. Zo’n bakje waarin ik normaal gesproken mijn kruiden haal bij de turk. Ik had gedacht dat ik het kindje zou willen vasthouden. Dat ik het even tegen me aan zou drukken. In plaats daarvan laat ik het in het bakje liggen. Het kindje ligt in het water en het zal koud aanvoelen. We weten niet of het een jongen of een meisje is. Dit kan je wel laten onderzoeken, maar dat vinden we niet nodig. We noemen ons kindje Roux. Een naam waarover Sander en ik heerlijke discussies hebben gehad, maar in deze situatie past de naam perfect. Ik zeg tegen Roux dat hij prachtig is en dat het goed is zo.
De rest van de dag verloopt ok. De ruggeprik zorgt ervoor dat ik nog een tijdje half verdooft ben en ook slaap ik veel. Gelukkig wacht “de tour” op niemand en we zien “de Lotto-Jumbo ploeg” een etappe winnen.
’s Avonds om 22 uur komt de dienstdoende verpleegkundige binnen en zegt: “Ik hoorde dat jullie graag naar huis wilde”.
Wij kijken allebei een beetje gek op en zeggen: “Uhhhh we hadden er niet op gerekend, maar nu je het zo zegt is het misschien wel een heel goed idee”.

Er worden nog wat dingen in orde gemaakt en daar gaan we dan. Met Roux, in zijn bakje water en dat weer in het zelf getimmerde kistje van Sander. Ik houd het stevig vast en voel me trots. Ik vind het zelfs jammer dat het al zo laat is en dat er nog maar zo weinig mensen in het ziekenhuis rondlopen. Ik wil namelijk aan iedereen laten zien dat we weer een kindje hebben gekregen. Het is een warme zwoele zomeravond voel ik, als we over het parkeerterrein lopen. Ik bedenk me dat ik net een bevalling heb gehad in de zomer. Bevallen in de zomer was altijd wel een wens van mij… Halverwege de autorit naar huis word ik een beetje misselijk. In gedachte zie ik voor me, hoe Roux daar in het bakje water ligt en door de auto heen en weer wordt geschut..
Thuis ga ik gelijk naar bed. Sander legt Roux met zijn bakje tussen twee delen ijs, wat we van het ziekenhuis hebben gekregen. Verder stopt hij het in een afsluitbare zak en vervolgens weer in aluminium folie. We hebben een kat weet je.. en ik wil Roux niet in de koelkast hebben liggen. Ik hoor dit inpak tafereel gelukkig pas een paar dagen later, ik sliep al.
De volgende dag besluiten we Roux gelijk te begraven. Ik had eerst een goed plekje in de duinen bedacht, maar een dag na een bevalling lijkt me dat toch niet echt haalbaar. Ik bedenk een nieuwe plek waar we met de auto kunnen komen.
Het is er mooi, ik lig op een kleedje met het kistje onder mijn arm, er zijn liedjes en Sander graaft een gat. Na 1 liedje is hij al klaar. “Nu al?”, vraag ik. Dit had voor mij namelijk nog wel wat langer mogen duren. Sander ziet mij ineens liggen met het kistje onder mijn arm en breekt. Zo liggen we samen nog 1 mooi liedje te huilen. Dan voel ik dat het tijd is, dat het tijd is om me op te stellen als een liefdevolle moeder en te doen wat goed is voor dit kindje. We begraven Roux en planten een door ons zelf opgekweekte kastanje boom er bovenop. We gaan naar huis. Jools en Lex komen zo thuis!

Wat een verhaal hè. En toch voelt het heel fijn voor mezelf om dit op te schrijven. Ook dank ik god, of hoe je het dan ook wilt noemen, op mijn blote knieen. Ik dank god op mijn blote knieen, omdat de weeen niet zomaar ineens begonnen bij 20 weken, maar dat we er nog een paar waardevolle dagen tussen hadden. Ik dank god op mijn blote knieen, omdat dit niet allemaal is gebeurd in een later stadium van mijn zwangerschap, of tijdens een voldragen zwangerschap. Ook dank ik god op mijn blote knieen, omdat ik pas 33 ben en als laatste en als aller aller belangrijkste dank ik god op mijn blote knieen, omdat we al twee kinderen hebben.
Dag lieve Roux, welkom in ons gezin!

Geef een reactie